Bourgogne

De Bourgogne is een uitzonderlijk complex wijngebied. Hier dragen zowel een uitzonderlijk uitegbreide appelation regelgeving en een versnipperde verkavenling aan bij. De typische verkaveling is het gevolg van het gegeven dat Napoleon grote gebieden van de geestelijken afnam en aan het volk gaf. Doordat veel wijngaarden te klein zijn om zelfstandig te produceren of investeren spelen de handelshuizen een belangrijke rol in het gebied.

De Bourgogne wijnen zijn voornamelijk monocépages. Daardoor is de kwaliteit variabel. De voornaamste blauwe druiven zijn de Pinot noir.  Die loopt vroeg in het seizoen uit en is daardoor kwetsbaar voor vorst in het voorjaar. In Chablis woirden daarom kacheltjes gebruikt om vorst in het veld tegen te gaan. De witte druiven zijn vooral Chardonay (soms vermengd met de Aligoté).

De Bourgogne bestaat uit vier regio’s. Het grootste deel ligt van noord naar zuid tussen Dijon en Lyon langs de rivier de Saône:

  • Chablis (noordelijker en losgelegen van de rest)
  • Côte d’Or (twee delen)
    • Côte de Nuit: oa Nuits-Saint-Georges en Haute-côte de Nuits
    • Côte de Beaune: oa Meursault, Puligny, Saint Aubin, Santenay, Volnay, Pommar, Chassagne-Montrachet en Puligny-Montrachet
  • Côte Chalonnaise (2/3 rood en 1/3 wit, bv Rully, Givry en Motagny)
  • Mâconais (oa. Pouilly-Fuissé en Saint-Veran)

De Beaujolais wordt soms ook tot de Bourgogne gerekend. Het verschilt echter van de Bourgogne, bijvorbeeld in het gebruikte druivenras: de blauwe druif Gamay.

De hoger gelegen wijngebieden hebben armere grond. Hierdoor ontstaan hier veelal de Premier Cru of zelfs Grand Cru. In de vruchtbaardere valeien ontstaat wijn die eerder een gemeente of slechts een streek appellation krijgt. In het laagste geval staat alleen de druif op het etiket vermeld.

De Grand Cru is de beste kwaliteit Bourgogne, gevolgd door de Premier Cru. Dezelfde titels worden omgekeerd toegepast bij de Bordeaux.

Er zijn 44 gemeenten met een eigen appellation. Die zijn samen verantwoordeljk voor ongeveer 40% van de productie.

De Bourgogne is de herkomst van enkele wijntechnieken:

  • Alcoholische gisting op eikenhouten vaten
  • Bâtonnage (roeren met een Bâton ): het tijdens het gisten oproeren van het bezinksel (de lie) in een witte wijn om een vollere zachtere smaak te verkrijgen
  • Macération à froid (koude voorweking): hiermee wordt meer kleur uit de druivenschil getrokken